> HOME
> OVER SIESTA
> EXPOSITIE
> LEZINGEN
> VRIJWILLIGERS
> BEDRIJVEN
> SPONSORS
> CONTACT
Werken in de industrie aan de Kleine en Grote Koppel
Wil Robijn

Eenmaal per maand wordt in het gebouw van de ANBO aan de Nieuwstraat een Keientrekkers-stamtafel gehouden. Bedoeling is om oudere Amersfoorters hun verhalen te laten vertellen aan elkaar en andere belangstellenden.
Op vrijdag 12 november 2004 was het thema: Werken in de industrie aan de Kleine en Grote Koppel.

Ongeveer twintig mensen kwamen naar de bijeenkomst. Meest mannen, en allemaal op leeftijd. Onder leiding van ANBO-voorzitter Han Gerlings werd stilgestaan bij de fabrieken die ooit waren gevestigd in dit deel van Amersfoort.
Verhalen vliegen over en weer. Dat begint al bij de oude foto’s van bedrijvigheid op en langs de Eem. Over de grote bomen die er stonden. Over het fraaie woonhuis naast de Eembrug, dat in de oorlog gebruikt werd door de SS. Over de opslag bij Van Nieuwenhuizen. Veel van de aanwezigen hebben daar als jongetje kokosnoten gejat, ‘en die waren lekker!’ Een man weet nog: ‘Als ik ermee thuiskwam werd moeder boos, omdat volgens haar de ratten erover gepist hadden.’ De kokosnoten werden geperst in de olieslagerij. Ook werden er lijnkoeken voor het vee van gemaakt. Dat leverde veel geld op toentertijd. Als de ‘koekjesmolen’ draaide kon je in het naastgelegen woonhuis elkaar niet verstaan, maar dat hoorde er gewoon bij.
Vroeger kon je ruiken waar je was. De Koekfabriek van Meursing, de luchtjes van Polak’s Frutal Works, zeep en tandpasta bij ‘De Erdal’.

Een van de deelnemers heeft van de laatste directeur van Meursing het hele archief gekregen, waarvan weer een deel naar Museum Flehite is gegaan. Oud-Meursingmedewerkers praten over de sfeer in het bedrijf, over de personeelsvereniging en de gezamenlijke deelname aan de Avondvierdaagse, in speciale uniformen en met een prachtig vaandel. Niemand weet waar dat vaandel gebleven is. Bij een voormalige collega op zolder? In ieder geval niet bij Flehite. Men is het erover eens dat zo’n stukje stadshistorie eigenlijk niet bij particulieren zou moeten berusten, waar niemand het kan zien.
Over de silo’s van Van Vollenhoven, de latere COVA, gaan veel verhalen rond. Jammer dat het weg is, vinden velen. Het was zo’n markant stadsbeeld. Zelfs vanuit Soest waren ze te zien. Iemand meldt dat hij bezig is met het bouwen van een maquette van de silo die het dichtst bij het spoor stond. Hij werkt aan de hand van oude tekeningen, maar heeft inmiddels vernomen dat daar tijdens de bouw van is afgeweken. Hij is op zoek naar foto’s om zo getrouw mogelijk te werk te kunnen gaan. Er zou ook ooit Bofa op (een van) de silo’s hebben gestaan. Zijn daarvan foto’s bekend?

De Meursing. Oud-werknemers vertellen: In 1942 is de fabriek, die toen nog helemaal van hout was, afgebrand. Over de oorzaak van de brand zijn verschillende versies in omloop. Zo zou een locomotief op de langsgelegen spoorlijn vonken hebben veroorzaakt, maar mogelijk kwam het ook door het leeghalen van een oven, waarbij brandende sintels op de houten vloer terecht zijn gekomen. Of kwam het toch door knoeien met vuur bij de takkenbossen voor de oven? De brand was enorm, de opgeslagen vaten met vet wilden wel fikken. Men was bang voor overslag naar de gasfabriek, maar dat is gelukkig niet gebeurd.
‘De meiden van de Meursing’ waren groepjes inpaksters, vaak jonge vrouwen. Hoe was het contact met de mannen op de werkvloer? ‘Dat ging best’, monkelen de heren. De meisjes stonden aan de lopende band. Als het te snel ging vielen er koekjes op de grond. Deze ‘breuk’ mochten de kinderen uit de buurt eenmaal per week komen halen.
De - nog steeds over de hele wereld gegeten - Kaasdomino’s zijn in 1957 uitgevonden door directeur Stuurop. Die was op een receptie in het Kurhaus te Schevingen geweest en had daar twee stukjes roggebrood met een plakje kaas ertussen genuttigd. Hij kwam op het idee om wafelplakjes te gebruiken, met een pasta van kaas- en melkpoeder. De Kaasdomino is jarenlang de pijler geweest waarop de Meursingfabriek draaide. Het was Nederlands eerste ‘snack’, na de zoute pinda.

In 1938 was er brand in de silo bij Van Nieuwenhuizen. Een mevrouw herinnert zich hoe ze als kind - haar vader werkte bij Van Nieuwenhuizen en ze woonden naast de silo - met het hele gezin hals-over-kop moesten vertrekken. ‘En moeder had net een tweeling gekregen’.De silo heeft vier of vijf dagen gebrand. De hele stad stonk ernaar. ‘Ik kan het nog ruiken’, zegt ze. En ze is niet de enige. Ze vertelt over de explosie in de molen van Van Nieuwenhuizen. ‘Nu heeft papa geen werk meer, dus we krijgen ook geen centjes, zei moeder.We hebben een jaar in een noodwoning gezeten, toen kregen we een nieuwe woning bij de fabriek. Maar die was veel te klein. In de oorlog hebben er vier onderduikers in de silo gezeten, achter de zakkenopslag. Mijn vader werd ervan beschuldigd een auto in de silo te hebben verborgen. Die stond er inderdaad maar mijn vader wist van niks. Hij is toen gezocht door Kotälla en lelijk geslagen. De hele familie is gevlucht naar Bakkerij Wolfenbuttel. De laatste dagen van de oorlog sliepen we in de silo,dat leek ons veiliger.
Voordeel van vaders werk was wel dat de kinderen soms mee mochten met de boot naar Rotterdam, of met de vrachtwagen naar de boeren op de Veluwe.
Waar komt de naam Spijkertje vandaan? Het pand direct aan het water heet nog zo. Spijker blijkt een oude naam voor graanschuur of meelopslag. Er stonden vroeger veel meer spijkers langs de Eem.

Wat eerst een molen en een luciferfabriek was, werd later de Nederlandse Kleurstof Industrie (NKI), en nog later Warner Jenkinson. De zeepfabriek van Viruly werd Morton, en de laatste jaren Rohm and Haas. Beide bedrijven zijn inmiddels gesloten. De panden van Rohm and Haas komen mogelijk in aanmerking voor een monumentenstatus. Van de NKI is daarover nog niets bekend, maar ook daar staan markante gebouwen. Voorlopig huizen er kunstenaars in beide complexen. Het verhaal gaat dat er op de kantoorgebouwen van R&H onder de pannen een linnen dak zit. Dat is een fabeltje, zegt een voormalig medewerker. Wel waren er in bepaalde gedeelten gebouwen met zogeheten ‘plofwanden’, muren die losstonden van de constructie van het gebouw, en bij een eventuele explosie naar buiten klapten, zodat niet het hele gebouw de lucht in ging. Deze plofwanden zaten vast aan kettingen van 30 cm lang, genoeg voor de ‘uitval’. Ze zijn inmiddels gesloopt.
Over de roze kleurstof van de NKI kunnen veel mensen meepraten. Als je daar werkte, kwam je helemaal roze thuis. Omwonenden van de wijk Jeruzalem klaagden regelmatig over roze wasgoed aan de lijn. Eén afdeling werd ‘De Hel’ genoemd. Daar mochten geen buitenstaanders komen. De arbeidsomstandigheden waren er mensonterend. Zwaar, warm en vies werken was het daar. Personeel was helemaal gehuld in plastic zakken, met een gat erin voor het gezicht. Er werkten veel Marokkanen, die eerst waren ondergebracht in de fabriek, maar later een keurig pension kregen in de Schimmelpenninckstraat. De NKI en Morton waren goede, sociale werkgevers.
Van alle bedrijvigheid is alleen nog Sarah Lee over. Vanouds Erdal, of Intradal, zoals het later heette. Een grote werkgever was het. Op het hoogtepunt in de jaren ‘60 en ‘70 werkten er zeker vierhonderd mensen. Nu rest alleen nog de productie en afvulling van tandpasta. Vanouds een familiebedrijf is het inmiddels in handen van het Amerikaanse Sarah Lee. Familiebedrijven redden het uiteindelijk vaak niet. ‘Eerst heb je de verwervers, dan komen de ervers, en de derde generatie, de bedervers, maken alles weer kapot.’ Op de begrafenis van een der oprichters verzocht de erfgenaam zijn personeel dringend ‘om toch vooral mee te blijven werken aan het instandhouden van het familiekapitaal’. Zo ging dat toen.
Cor Boonstra heeft Erdal in de jaren zeventig groot gemaakt, zeggen oud-medewerkers. Hij heeft het bedrijf geïnternationaliseerd. Hij stond hoog aangeschreven bij het personeel, had veel gevoel voor mensen. Maar ook Boonstra is verleden tijd.
Nog veel meer is er te vertellen, maar de tijd is om. Twee uren zijn omgevlogen.
Veel zal er ook vermeld staan in een boekje over het Eemgebied, dat binnenkort zal uitkomen.

(Artikel, verschenen in De Stad Amersfoort; overgenomen met toestemming van de auteur)


CONTACT : Telefoon (033) 461 14 74 | email: info@siesta-amersfoort.nl